Toen we de laatste 10 km. ingingen zaten nog 12 man – de besten – bijeen. Van Springel had het alleen tegen twee niet te onderschatten “clans” op te nemen. Enerzijds Eric Leman omringd door de flinke Ronny Van Marcke, De Boever, Van Leeuwen en Demuynck, en anderzijds de drie ploegmaats E. Opdebeeck, Fons Debal en M. Eyers, alle drie op dreef en alle drie even zegedriftig.
De enige kans voor Van Springel bestond erin zijn tegenstanders in extremis kwijt te spelen en nu geloofden we oprecht dat Erik Leman, die zich in de spurt de rapste wist, dit zou verhinderen en dat hij ook met Eyers en Rosiers enorm veel last zou hebben. Voor Herman bleek dit geen probleem. Hij demarreerde drie maal kort achter elkaar. De derde maal nam hij 50 meter. Hij was meteen de pijpen uit. Ter aankomst had hij 20 seconden, ofschoon Leman en Eyers zich vertwijfeld verdedigden.
Hij was een schitterend winnaar. Niet slechts de onbedreigde baas in de finale, maar ook in de voorafgaande 140 km. bestendig onder de toonaangevers.
Johan Demuynck, die vorig jaar niet ver vandaan op bijna dezelfde wegen in het nationaal wegkampioenschap, een machtige prestatie had geleverd, was inderdaad naar Nokere gekomen, met het vaste voornemen zich daar ook thans als beroepsrenner te onderscheiden. De kwieke Waarschootnaar die al zo snedig reed als in de jongste ronde van Vlaanderen, toonde zich inderdaad de hardnekkigste en verdienstelijkste aanvaller over de eerste 100 km. : zijn strijdlust wierp ook vruchten af.
Hij liep een eerste keer weg met Eyers, Dierickx, Hutsebaut, Janbroers, Ongenae, Rosiers, Willekens, Van Springel, Van Bruaene, Vrijders, Van Leeuwen, Goossens, Leman, Georges Claes, Wagtmans, Debal, Karstens, De Boever en Mahieu. Maar tegen de algemene verwachtingen in kwam het verwoed reagerende peloton vrij snel terug.
Demunyck beproefde het rond km. 65 opnieuw. Deze keer gingen Janbroers en R. Van Marcke met hem mee. Toen de drie een kleine minuut voorlagen brak het tegenoffensief los. Rosiers, Van Springel, Opdebeeck, De Boever, Debal, Van Leeuwen, Eyers, Leman, Hutsebaut, Vanden Bossche en Miel Lambrechts slaagden er in bij de drie leiders aan te sluiten. Vanden Bossche moest achterblijven wegens defekt en de Nederlander Janbroers werd gelost wegens verzwakking.
De levendige en dus bijzonder genietbare wedstrijd was meteen beslist. De 12 koplopers werden niet meer ingehaald. Van Springel won na een zeer overtuigende demarrage.
Willem Van Wijnendaele
Uitslag : 110 beroepsrenners
1. Herman Van Springel 150 km. in 3 u 36 min.
2. Eric Leman op 30 “
3. Maurice Eyers op 40″
4. Roger Rosiers op 45″
5. Alfons De Bal op 55″
6. Englebert Opdebeeck
7. Hubert Hutsebaut
8. Ronny Van Marcke
9. Emiel Lambrecht
10. Harrie Van Leeuwen (nl)
11. Johan De Muynck
12. Jaak De Boever
13. Jaak Clauwaert op 1’40”
14. Georges Claes
15. Gerben Karstens (nl)
16. Herman Vrijders
17. Gustaaf Van Roosbroeck
18. Marc Desmet
19. André Dierickx
20. Rolf Thalmann (D)
21. Dieter Puschel (D)
22. Derk Harrison (GB)
23. Romain Furnière
24. Lucien Van Impe
25. Eric Spahn (D)
Herman Van Springel (Ranst,14 augustus 1943) was een Belgische beroepswielrenner van 1965 tot 1981. Zijn bijnaam was Monsieur Bordeaux-Paris.
Hij werd vooral populair door wedstrijden die hij bijna won. In de Ronde van Frankrijk van 1968 leek op de laatste dag de tijdritspecialist uit de Belgische Kempen met een voorsprong van 16 seconden op Jan Janssen bijna zeker van zijn zaak. Maar dat pakte dus heel anders uit. Herman Van Springel blokkeerde in de slotfase, terwijl Janssen juist toen pas goed op stoom kwam. Het kostte Van Springel de eindzege: hij kwam 38 seconden tekort voor de Tourzege. Hij werd ook nog eens tweede in de Ronde van Italië (1971) en derde in de Ronde van Spanje 1970. Hij pakte ook twee keer naast de zege in Paris-Roubaix. Bij het Wereldkampioenschap van 1968 stuitte hij op de Italiaan Vittorio Adorni en moest Herman van Springel genoegen nemen met de zilveren medaille.
In 1971 had Van Springel een contract getekend bij de Molteni-ploeg van Eddy Merckx. De Kempenaar werd dus een superknecht voor de kannibaal en mocht slechts af en toe voor zijn eigen kansen rijden. In 1972 werd de meesterknecht op het allerlaatste moment uit de Tourploeg geschrapt, omdat hij voor het volgende jaar al een overeenkomst had getekend met Rokado. In de periode na de Tour mocht hij geen grote wedstrijden meer rijden en kwam hij als enige van zijn ploeg aan de start in Zottegem: toch wist hij de overwinning te behalen.
Ondertussen had Herman van Springel wel de bijnaam “Monsieur Bordeaux-Paris” gekregen. Met zeven overwinningen in Bordeaux-Parijs is Herman Van Springel de recordman in de monsterrit Bordeaux-Parijs. Rond 2 uur met slaperige ogen verzamelen in het duister van Bordeaux. Vervolgens in Poittiers achter de brommer en 560 km achter de brommer en fietsen naar Parijs. In 1974 deelde hij met de Fransman Régis Délépine de eerste prijs na verkeerd te zijn gereden.
Hij won vijf tourritten en in 1973 pakte hij (als niet-sprinter) toch de groene trui van het puntenklassement. Op de indrukwekkende erelijst van Herman van Springel staan bijna alle grote eendagskoersen. Zo won hij Gent-Wevelgem (1966), de Ronde van Lombardije (1968), de Omloop Het Volk (1968), Parijs-Tours (1969), de Grote Landenprijs (1969, 1970), de Trofeo Baracchi (1969), de Brabantse Pijl (1970, 1974), het Kampioenschap van Zürich (1971), het Belgisch kampioenschap (1971) en de E3-prijs (1974). In de grote ronden behaalde hij ritzege’s en ereplaatsen. Zo werd hij in 1970 in de Vuelta derde en in 1971 in de Giro tweede. In de zeventien jaar dat Herman Van Springel beroepsrenner was won hij in totaal 136 wegwedstrijden.


