“Voilà ! Nu heb ik eens geen tegenslag gehad”, glunderde Maertens na de aankomst. Freddy werd nog steeds bestormd met vragen over Parijs-Roubaix en vertelde voor de honderste keer hoe hij bandbreuk leed op het ogenblik dat hij de kloof tussen het groepje Merckx en het duo De Vlaeminck-Moser wilde dichten. Briek Schotte te Nokere even gelukkig als te Roubaix voegde er telkens aan toe : ” Op het slechtste moment dat het kon gebeuren”.
Over de pas voorbije wedstrijd hoefden geen vragen gesteld te worden. De prestatie die Maertens erin geleverd had sprak ruimschoots voor zichzelf. Hij was gestart als uitgesproken favoriet, hij had de hele koers gedomineerd en hij had gewonnen. Beter voor hem kon het niet. Eenvoudiger evenmin.
Een kermiskoers organiseren in de topperiode van het klassieke wegseizoen is een dankbaar werk. Als het daarbij nog schitterend weer is, beleeft de typisch Vlaamse wielersfeer weer een hoogdag. Stampvolle cafés, uitgelaten supporters langs de weg, duizenden mensen die over niets anders dan over “coureurs” redetwisten en hun duurverdiende zakgeld wat graag opofferen om bij een van de talrijke bookmakers in de schaduw hun kans op groot of klein fortuin te wagen. Dat het meestal verlies wordt, nemen ze er voor de spanning en in het enthousiasme van het meeleven van het koersgebeuren, grif bij.
De gesprekken liggen zelden op een hoog vlak maar tekenen toch duidelijk de opvattingen bij de echte wielerfans. Zo hoorden we te Nokere voor de start een man zijn pas aangekomen vriend verwelkomen : “Juul, ze zijn er allemaal, jong. Met uitzondering van Verbeeck en Van Springel zijn alle grote hier.” “Ja ? Alle grote ? Merckx en De Vlaeminck ook ?”. “Nee, nee, natuurlijk niet. De grote heb ik gezegd. Niet de héle grote !” Kan de waarde van een klassieke zege beter onderstreept worden ?
Een beter parcours om zich voor te bereiden op de Waalse Pijl konden de profs zich niet gedroomd hebben. Heuvelachtig, bochtig, en met tien beklimmingen van de lange kasseibaan aan de kerk die in steilheidsgraad met het merendeel van de “bergjes” in Wallonië kan wedijveren.
Al na vier ronden werd duidelijk wie gekomen was om te oefenen en wie gekomen was om naast de training ook competitie te leveren. De Italiaanse ploegmaats van Martin Vandenbossche, met hemzelf erbij, hebben in België duidelijk andere objectieven op het oog dan alleen maar een onverwacht zonnige stage. Battaglin, Antonini, Gavazzi, en Fongo reden zich 150 km. de ziel uit het lijf en zorgden van start tot aankomst voor een spetterend vertoon. De mannen van Briek Schotte en de streekrenners lieten zich niet onbetuigd en het samengedrumde publiek kreeg wielerspektakel van de bovenste plank. De ontsnappingen volgden mekaar in razend tempo op, maar droegen nooit ver. Individueel viel er in al dat geweld trouwens niks te beginnen. Steeds waren het groepjes van een tiental man die voorop geraakten maar een paar kilometer verder al weer in het peloton jaagden op een ander klad veelkleurige truien.
Elf man scheidden zich tenslotte lichtjes af om nooit meer bijgehaald te worden : Maertens, Dierickx, Gavazzi, Dewitte, David, Van Roosbroeck, Pijnen, Jacques Martin, Van Ackere, Antonini en Van der Loo. Het volgende groepje geleid door Walter Planckaert, Dirk Baert, Willy Teirlinck en Eddy Peelman, hield er de spanning in door terug te komen tot op honderd meter maar werd toen opnieuw achteruit geslagen door ontsnappingspogingen vooraan.
Drie kilometer voor het einde demarreerde David. Gavazzi haalde hem terug. Onmiddellijk sprong Dewitte weg. Staf Van Roosbroeck dichtte de kloof op zijn eentje en anderhalve kilometer voor de eindmeet lag het tweetal vijftig meter voorop. Weer sleurde Gavazzi er de rest van de kopgroep bij.
Toen vond Maertens die de ganse wedstrijd door niet uit de eerste tien geweest was, het welletjes. Hij demarreerde en alleen Gavazzi kon zijn wiel nog houden. In de lange spurt bergop had Freddy niet de minste moeite om de 23-jarige Italiaan, langs de ander kant van de weg, op twee lengten te fietsen. “Dat zijn dan toch al elf overwinningen dit seizoen”, zei de Lombardsijdenaar tevreden.
Mark Dheedene
Uitslag : 147 beroepsrenners
1. Freddy Maertens de 150 km in 3 u 36 min
2. Pierrino Gavazzi (It) op 2 lengten
3. Ronald Dewitte op 15″
4. Wilfried David op 20″
5. Staf Van Roosbroeck
6. René Pijnen (Nl)
7. Jacques Martin
8. André Dierickx
9. José Van Ackere
10. Antonini Alessio (It)
11. Theodoor Van der Loo (Nl)
12. Walter Planckaert
13. Willy Teirlinck
14. Eddy Peelman
15. Bas Hordijk (Nl)
16. Dirk Baert
17. August Herygers
18. Jan Swinnen
19. Adolf Huysmans
20. Jos Jacobs
21. William Bilsland (Eng)
22. Eddy Goossens
23. Emile Bodart
24. Lucien De Brauwere
25. Robert Fontaine
26. Romain Maes
27. Daniel Pauwels
28. Arthuur Van De Vijver
29. Jaak De Boever
30. Roger Kindt
Freddy Maertens (Nieuwpoort, 19 februari 1952) is een voormalig Belgisch wielrenner, die beroepsrenner was van 1972 tot 1987. Hij won veel van zijn wedstrijden in de sprint en kon dankzij zijn uitzonderlijke kracht goed op het grote verzet rijden. De meeste zeges haalde Maertens dan ook in sprints en tijdritten. In drie deelnames aan de Tour de France won hij vijftien etappes en droeg hij negen dagen de gele trui. Driemaal won hij de groene trui voor het puntenklassement.
Zijn profcarrière begon Maertens bij Flandria, waar hij acht jaar voor zou rijden. De Flandria wielerploeg was in de jaren 70 een van de sterkste ploegen uit het peloton. Samen met de renners Marc Demeyer en Michel Pollentier behoorde Maertens tot de Drie Musketiers van Flandria, dat grote successen behaalde.
Maertens werd tweemaal wereldkampioen op de weg (1976 en 1981) en kwam dichtbij in 1973. Op het circuit van Montjuich in Barcelona werd hij controversieel tweede. Na Eddy Merckx bijgehaald hebben in de slotfase, werden beide Belgen voorbij gesprint door de Italiaan Felice Gimondi. Het incident zorgde voor een vete tussen Merckx en Maertens. Belgische wielerfans verdeelden zich in twee kampen, wat gevolgen had voor de populariteit van Maertens.
Tot zijn palmares behoren overwinningen in Parijs-Tours (1975), de Zürich Metzgete in 1976, de Amstel Gold Race en Rund um den Henniger Turm in 1976, Gent-Wevelgem in 1975 en 1976 en Omloop Het Volk in 1977 en 1978. In 1976 en 1977 won hij het eindklassement van de Super Prestige Pernod.
In de Ronde van Spanje van 1977 leidde hij van start tot finish en won hij naast het eind- en puntenklassement ook nog eens 13 van de 19 etappes. In de Ronde van Italië van dat jaar had hij ook al 7 ritten op zijn naam gebracht toen hij met een ingewikkelde breuk tussen pols en hand na een val op het circuit van Mugello moest opgeven. Die val en het daaropvolgende moeizame herstel van een polsblessure was het begin van het einde voor Maertens. Door het vele jaren op het grote verzet te rijden leek hij versleten te zijn. In 1979 en 1980 won Maertens alleen nog maar enkele criteriums en zijn carrière leek al op 28-jarige leeftijd vroegtijdig te eindigen.
Hij kende echter een opleving in de zomer van het jaar 1981 waarin hij opnieuw op topniveau presteerde. Zijn oud-ploegleider Guillaume Lomme Driessens haalde hem bij de Boule d’Or ploeg, waarvoor hij een sterke Ronde van Frankrijk reed. Dat jaar won Maertens vijf etappes in de Tour en ook werd hij dat najaar in Praag voor de tweede maal wereldkampioen.
In de daaropvolgende seizoenen wist Maertens geen aansprekende koersen meer te winnen. Na nog een jaar Boule d’Or ging Maertens rijden voor diverse kleinere ploegjes en privé-sponsoren, alvorens in 1987 definitief met wielrennen te stoppen.
Freddy Maertens is ereburger van Middelkerke.


